Toen ik nog geen moeder was, dacht ik dat het anders zou zijn. Ik dacht dat het iets was wat je vanzelf zou leren, stap voor stap. Dat je het misschien soms moeilijk zou hebben, maar dat de liefde voor je kind je overal doorheen zou helpen. Dat idee heb ik lang vastgehouden. Maar in de praktijk voelt het vaak heel anders.
Mijn dagen voelen alsof ze nooit echt beginnen of eindigen. Er is geen rustig moment waarin ik even kan bijkomen. Zodra ik wakker word, begint het al: zorgen, regelen, klaarstaan. Ontbijt maken, kleding zoeken, spullen inpakken, helpen met emoties, luisteren, troosten en grenzen stellen. En dat allemaal terwijl ik zelf vaak nog moe ben van de nacht ervoor.
Een voorbeeld zijn de nachten. Soms wordt mijn jongste kind meerdere keren wakker. Dan ben ik zelf nauwelijks in slaap gekomen of telkens weer wakker gemaakt. En toch gaat de wekker weer vroeg. Dan moet ik doorgaan, ook al voelt mijn hoofd zwaar en mijn lichaam leeg. Er is geen pauze. Geen moment om echt bij te tanken.
Ook overdag is mijn hoofd nooit rustig. Ik moet steeds aan zoveel dingen tegelijk denken. Schoolzaken, afspraken, eten, huishouden, kleding, spullen die mee moeten, verjaardagen en alles wat geregeld moet worden. Het voelt alsof mijn hoofd altijd vol zit, alsof er nooit stilte in zit. En ondertussen probeer ik ook nog een partner te zijn, een vriendin en soms ook werk te doen of andere dingen bij te houden.
Wat ik misschien nog het moeilijkst vind, is dat ik mezelf steeds minder terugzie. Vroeger had ik momenten voor mezelf. Momenten van rust, stilte, even niets hoeven. Nu voelt het alsof ik altijd “aan” sta voor iemand anders. Als ik even iets voor mezelf wil doen, voel ik vaak schuld. Alsof dat niet mag of alsof ik iemand tekort doe.
Soms komt er ook verdriet bij kijken. Verdriet om het leven dat ik had of het leven dat ik me anders had voorgesteld. Ik mis de vrijheid om spontaan iets te doen zonder alles te plannen. Ik mis het gevoel dat mijn tijd echt van mij is. En soms denk ik eerlijk: ik had dit misschien niet moeten doen, ik had misschien geen moeder moeten worden.
Die gedachte maakt me bang om hardop te zeggen. Want ik weet dat het gevoelig ligt. Ik voel ook schuld, omdat mijn kinderen hier niet om gevraagd hebben. Mijn kinderen verdienen liefde, zorg en aandacht. En die geef ik ook elke dag weer. Maar dat betekent niet dat het mij niet zwaar valt. Beide dingen bestaan naast elkaar.
Wat het met mij doet, is verwarrend. Aan de ene kant is er liefde. Ik hou van mijn kinderen en wil het beste voor hen. Maar aan de andere kant is er ook uitputting. Een gevoel dat ik mezelf kwijt ben geraakt in alles wat moet. En soms ook boosheid, omdat het zo zwaar is en omdat ik me daar vaak alleen in voel.
Wat het misschien nog moeilijker maakt, is dat er vaak wordt verwacht dat moeders het allemaal aankunnen. Dat je er altijd van moet genieten. Dat het “mooi” en “bijzonder” is en dat dat alles goed zou moeten maken. Maar zo voelt het niet altijd. Soms is het gewoon zwaar. Soms is het gewoon te veel. En soms helpt liefde niet genoeg om dat te dragen.
Ik weet niet hoe dit verder gaat. Misschien wordt het ooit lichter. Misschien leer ik beter omgaan met alles wat erbij komt kijken, of krijg ik meer hulp en ruimte. Maar op dit moment voelt het eerlijk om toe te geven wat ik echt voel: dat het moederschap voor mij te zwaar is. Zwaarder dan ik ooit had gedacht.