Unsplash

Persoonlijke verhalen: De man van Janice vindt haar minder aantrekkelijk na het aankomen van gewicht

Ik had nooit gedacht dat mijn lichaam zo’n gespreksonderwerp zou worden in mijn eigen relatie. Dat iets wat ooit vanzelfsprekend van mij was, namelijk mijn lijf, langzaam iets werd waarover geoordeeld werd. Niet door vreemden op straat, maar door de man met wie ik mijn leven al acht jaar deel.

Het begon allemaal heel subtiel, bijna zo subtiel dat ik mezelf afvroeg of ik het me niet gewoon verbeeldde. Alsof ik overdreef. Alsof ik het verkeerd opvatte. Maar achteraf zie ik dat juist die kleine opmerkingen het begin waren van iets dat steeds zwaarder werd.

Ik herinner me nog een ochtend in de slaapkamer. Ik stond voor de kast en trok een broek aan die wat strakker zat dan ik gewend was. Ik zuchtte een beetje, meer tegen mezelf dan tegen hem. Hij keek op en zei luchtig:
“Die zit wel een stuk strakker dan vroeger.”

Hij glimlachte erbij, alsof het een onschuldige opmerking was. Maar ik voelde meteen iets in me verschuiven. Niet groot en dramatisch, maar klein en scherp. Alsof er een zaadje werd geplant waar ik niet om had gevraagd.

In de weken daarna kwamen er meer van dat soort opmerkingen. Niet constant, niet schreeuwerig, maar verspreid door gewone momenten heen. Tijdens het avondeten bijvoorbeeld, als ik net een extra portie nam. Hij zei dan:
“Je bent wel weer lekker aan het genieten de laatste tijd, hè.”

Of als we samen op de bank zaten en ik mijn benen onder me trok, zei hij:
“Je bent wel wat veranderd sinds we samen zijn.”

Wanneer ik vroeg wat hij bedoelde, kwam het woord er meestal toch uit. Soms voorzichtig, soms alsof hij vond dat hij eerlijk moest zijn: “Nou ja… je bent niet meer zo slank als eerst.” En dan keek hij me aan, alsof hij wachtte tot ik het gewoon zou accepteren. Alsof dat een neutrale waarheid was die ik gewoon moest verwerken.

Wat hij misschien niet begreep, of misschien niet wilde begrijpen, is dat zulke woorden niet in een leegte vallen. Ze blijven hangen. Ze nestelen zich in mijn hoofd. Ze komen terug op momenten waarop ik daar helemaal niet om vraag.

Langzaam begon ik mezelf anders te bekijken. Niet alleen in de spiegel, maar in alles wat ik deed. Ik dacht na voordat ik iets at. Ik voelde zijn aanwezigheid sterker worden op de momenten dat ik juist wilde ontspannen. Alsof er altijd een stille meting plaatsvond, een onzichtbare vergelijking met wie ik vroeger was.

Op een avond stond ik in de keuken en pakte ik iets te eten uit de koelkast. Hij leunde tegen het aanrecht en zei:
“Misschien moet je weer een beetje opletten met wat je eet. Je zou je beter voelen als je weer wat fitter wordt.” Ik lachte niet, ik kon het niet. Ik voelde alleen hoe mijn keel dichtzakte, maar ik zei niets terug. Want wat zeg je op zoiets zonder meteen in een discussie te belanden over hoe je je “zou moeten voelen”?

Een paar dagen later, terwijl we ons klaarmaakten om weg te gaan, zei hij terwijl hij langs me keek:
“Je was vroeger echt veel strakker. Dat staat je eigenlijk wel beter.” Het woord “vroeger” bleef hangen. Alsof ik iemand anders was geweest die beter in de smaak viel. Alsof ik langzaam van versie was veranderd naar iets minder wenselijks.

Ik begon me steeds vaker te verontschuldigen, zelfs zonder dat hij iets zei. Als ik op de bank zat, trok ik mijn shirt iets naar beneden. Als ik in de spiegel keek, draaide ik me sneller weg. Ik merkte dat ik mezelf kleiner maakte in zijn aanwezigheid, letterlijk en figuurlijk.

Het gekke is dat hij soms ook zei:
“Ik vind je nog steeds mooi, hoor.”

Maar dat werd altijd gevolgd door iets anders. Een “maar”. Een toevoeging. Een voorwaarde.
“…maar je laat het een beetje versloffen.”
“…maar je was eerder wel aantrekkelijker.”
“…maar het zou je goed doen om weer wat strakker te worden.”

En dat “maar” maakte alles wat daarvoor kwam bijna waardeloos.

Op een avond kon ik het niet meer voor me houden en vroeg ik hem:
“Besef je eigenlijk wat het met me doet als je dat soort dingen zegt?” Hij haalde zijn schouders op, bijna alsof ik iets overdreef.
“Ik zeg gewoon wat ik zie. Je moet dat niet zo zwaar nemen.”

Maar voor mij was het niet licht. Het was juist zwaar omdat het niet één opmerking was, maar een verzameling van kleine prikjes die samen iets groters werden. Iets dat mijn zelfbeeld begon te beïnvloeden zonder dat ik dat meteen doorhad.

Ik ben niet ineens iemand anders geworden omdat mijn lichaam veranderd is. Ik ben nog steeds dezelfde persoon die lacht om dezelfde dingen, die dezelfde herinneringen heeft en die dezelfde liefde voelt. Maar het gevoel dat ik bekeken word door een kritische blik heeft iets veranderd in hoe vrij ik me voel.

Wat me het meest raakt, is niet alleen wat hij zegt, maar wat het met mij doet. Hoe ik mezelf steeds vaker door zijn ogen ga bekijken. Hoe ik zijn mening langzaam zwaarder laat wegen dan mijn eigen gevoel. En toch blijf ik hopen dat er een moment komt waarop ik weer naar mezelf kan kijken zonder die stem in mijn hoofd. Een stem die meet, vergelijkt en beoordeelt.

Want liefde zou niet moeten voelen als een voortdurende evaluatie. Niet als een stille scorekaart in je eigen huis. En zeker niet als iets waarbij je het gevoel krijgt dat je steeds een beetje minder goed moet zijn om nog genoeg te zijn.

Elly M

Hoi, ik ben Elly, een bevlogen copywriter uit het hart van Amsterdam. Met een passie voor woorden en een creatieve geest, breng ik verhalen tot leven en geef ik merken een stem die resoneert.
error: Content is protected !!
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.