Ik was nog jong toen ik voor het eerst echt geconfronteerd werd met een ernstig auto-ongeluk. Ik zie het beeld nog steeds scherp voor me, alsof het gisteren was. De chaos, de sirenes en de geschrokken gezichten van omstanders. Ik begreep toen nog niet alles, maar ik voelde wel heel sterk dat iets in het verkeer gevaarlijk en onvoorspelbaar kon zijn.
Vanaf dat moment is er iets veranderd in hoe ik naar auto’s en rijden kijk. Waar anderen misschien vooral vrijheid zien in autorijden, voel ik vooral spanning. Een soort waakzaamheid dat nooit helemaal uitgaat. Het zit in kleine dingen: het geluid van piepende remmen, een auto die net iets te dicht achter me rijdt of zelfs het idee dat ik zelf achter het stuur moet stappen.
Toen ik ouder werd, besloot ik toch mijn rijbewijs te gaan halen. Ik wilde me niet laten tegenhouden door angst. Ik wilde net als anderen zelfstandig kunnen reizen. Niet afhankelijk zijn van fietsen, ov of anderen. De eerste rijles vond ik tegelijk spannend en hoopgevend. Ik dacht: misschien valt het mee, misschien kan ik dit gewoon leren zoals iedereen.
Maar het ging niet vanzelf. Mijn rijangst liet zich niet zomaar wegdrukken. Tijdens rijlessen merkte ik dat ik vaak te gespannen zat, dat mijn focus soms juist verschoof naar alles wat mis kon gaan in plaats van wat er daadwerkelijk gebeurde. Mijn instructeur zei vaak dat ik technisch best goed kon rijden, maar dat mijn onzekerheid me in de weg zat.
Het rijexamen voelde als een nog grotere berg. De druk, de gedachte dat alles in één moment moest samenkomen, zorgde ervoor dat mijn spanning alleen maar toenam. En helaas ben ik meerdere keren gezakt. Elke keer kwam dat hard binnen. Niet alleen omdat ik weer opnieuw moest beginnen, maar ook omdat het mijn gevoel bevestigde dat autorijden voor mij ingewikkelder is dan voor anderen.
Na elke keer zakken ging er veel door mijn hoofd. Twijfel. Frustratie. Soms ook schaamte, al weet ik rationeel dat dat niet nodig is. Ik zag leeftijdsgenoten hun rijbewijs halen en meteen de weg op gaan, terwijl ik weer opnieuw moest plannen, lessen en proberen mijn zenuwen onder controle te krijgen. Toch bleef ergens diep van binnen de wens bestaan om het wel te halen.
Het is niet alleen spanning op het moment dat ik rij, maar ook in de aanloop ernaartoe. De nacht voor een examen sliep ik slecht. Mijn hoofd blijft scenarios afspelen: wat als ik een fout maak, wat als ik iemand over het hoofd zie en wat als ik opnieuw zak? Het is alsof mijn brein continu probeert alle mogelijke risico’s te voorspellen, maar daardoor juist vastloopt.
Tegelijkertijd weet ik dat die angst niet de hele waarheid vertelt. Ik heb tijdens de lessen ook momenten gehad waarop het wél goed ging. Momenten waarop ik rustig kon blijven, overzicht had en zelfs even kon voelen hoe het is om vertrouwen te hebben achter het stuur. Die momenten zijn er, maar ze worden vaak overschaduwd door de spanning.
Toch geef ik het niet op. Ondanks alles wil ik mijn rijbewijs halen. Niet omdat ik mezelf wil bewijzen aan anderen, maar omdat ik merk dat het me vrijheid zou geven die ik nu mis. Ik wil niet altijd hoeven te plannen om met bussen en treinen te reizen. Ik wil gewoon kunnen instappen en gaan, op mijn eigen tempo en op mijn eigen momenten.
Ik weet dat het bij mij waarschijnlijk niet alleen gaat om “meer lessen nemen” of “gewoon beter opletten”. Voor mij zit het dieper, en dat betekent dat ik er ook anders mee om moet gaan. Stap voor stap. Soms betekent dat pauzes nemen, soms opnieuw beginnen en soms accepteren dat vooruitgang niet rechtlijnig is.
Wat ik wel heb geleerd, is dat falen bij het rijexamen niet betekent dat ik het nooit zal kunnen. Het betekent alleen dat ik nog niet op het punt ben waar ik wil zijn. En hoe frustrerend dat soms ook voelt, ik probeer mezelf eraan te herinneren dat angst niet hetzelfde is als onvermogen.
Misschien duurt het langer bij mij. Misschien moet ik vaker opnieuw proberen dan anderen. Maar ergens geloof ik dat het mogelijk is om uiteindelijk niet alleen mijn rijbewijs te halen, maar ook rustiger te worden in het verkeer. Niet omdat de angst ineens verdwijnt, maar omdat ik leer ermee om te gaan.
Voor nu is het een proces. Een soms vermoeiend, ontmoedigend, maar ook hoopvol proces. En elke keer dat ik weer in die auto stap, ondanks de spanning, voelt het als een kleine overwinning op zichzelf.