Het begon subtiel. Een pakketje hier, een winkelbezoek daar. Ik wist precies wanneer nieuwe collecties uitkwamen en kon feilloos elke kortingsactie opnoemen. Mijn telefoon stond vol met meldingen: “Nog maar 2 uur korting!” of “Laatste kans!”, “Je winkelmandje wacht op je.” En ik? Ik klikte altijd.
Er zat een vreemd soort geruststelling in het kopen van iets nieuws. Alsof een nieuwe trui of gadget even alles op zijn plek zette. Maar dat gevoel duurde nooit lang. Vaak nog voordat het pakketje bezorgd was, zat ik alweer te kijken naar het volgende. Het was geen plezier meer, maar het was een gewoonte geworden waar ik geen grip meer op had.
De eerste keer dat ik echt schrok, was toen mijn huur niet werd afgeschreven. “Onvoldoende saldo”, stond er in de bankapp. Ik staarde naar mijn scherm, alsof het een fout moest zijn. Maar dat was het niet. Mijn geld was op. Opgegaan aan dingen die ik me nauwelijks kon herinneren.
Rekeningen begonnen zich op te stapelen. Eerst schoof ik ze vooruit: “Volgende maand los ik het wel op.” Maar volgende maand bracht weer nieuwe verleidingen, nieuwe aankopen en nieuwe excuses. Ondertussen groeide de stress. Ik sliep slechter, vermeed mijn bank-app en de brievenbus en voelde een constante knoop in mijn maag.
Het gekste is misschien nog wel dat ik wist wat ik deed. Elke keer dat ik op “bestellen” klikte, was er een klein stemmetje dat zei: “Dit is geen goed idee.” Maar dat stemmetje was zacht, veel te zacht.
Nu zit ik hier, met stapels spullen die ik niet nodig heb en rekeningen die wél betaald moeten worden. En voor het eerst probeer ik eerlijk te zijn tegen mezelf: dit gaat niet alleen over winkelen. Het gaat over iets proberen te vullen dat niet met spullen gevuld kan worden.
Ik weet nog niet precies hoe ik ga stoppen. Maar ik weet wel dat ik moet beginnen. Misschien met het verwijderen van een paar winkelapps. Misschien met het openen van mijn bankrekening en mezelf ermee confronteren, hoe eng dat ook voelt. Met toegeven dat ik hulp nodig heb.
Wat ik wel zeker weet, is dit: “even iets kopen” is voor mij nooit meer zomaar iets.