Een belangrijke oorzaak is een verkeerde plaatsing. Een rookmelder hoort altijd aan het plafond te hangen, minimaal een halve meter weg van muren en balken. Vermijd bovendien ruimtes zoals de badkamer en keuken en hang hem niet in de buurt van de wasmachine, droger of verwarming. Ook tochtige plekken, bijvoorbeeld bij ramen, deuren, ventilatoren en ventilatieroosters, zijn ongeschikt.
De lichtsensor in de rookmelder reageert namelijk op onderbrekingen van het licht. Condens uit de douche of stoom uit pannen kan daardoor een vals alarm veroorzaken.
Wil je toch een alarmsysteem in de buurt van je keuken of droger? Neem dan een hittemelder. Deze reageert pas bij temperaturen van 60 °C of hoger.
Plaats een rookmelder liever niet naast lampen, fittingen of elektriciteitsdozen. Elektrische impulsen kunnen de werking van de melder verstoren, waardoor hij minder betrouwbaar wordt.
Regelmatig onderhoud
Ook stof kan problemen geven. Een stoffige rookmelder kan minder goed functioneren of zelfs zonder reden afgaan. Maak hem daarom elke maand even schoon met de stofzuiger.
Controleer meteen de batterij. Een kort piepje betekent meestal dat de batterij bijna leeg is en vervangen moet worden.
De meest geschikte plaats voor een rookmelder is aan het plafond van de gang of overloop. Hangt er een lamp? Zorg dan dat de melder minstens 30 cm van de lamp verwijderd is om storingen te voorkomen.
Op zolders geldt een andere regel: hang de melder minimaal 90 cm onder de nok. Helemaal bovenin circuleert de lucht namelijk minder goed, waardoor de rook de melder later bereikt.
Zoals je ziet komt er best wat kijken bij het juist plaatsen van een rookmelder. Lees daarom altijd zorgvuldig de handleiding voordat je hem ophangt. Let bovendien bij de aankoop op de kwaliteit en specificaties van het apparaat.
Bron: RTL